ContactgegevensLinksMissieNieuwsPolifer EuropeRetourformulierRoutebeschrijvingSeefie spaarprogrammaVeiligheid Kleine BedrijvenAlgemene verkoopvoorwaardenAlgemene inkoopvoorwaarden

Inbrekers doen het liefst ’s nachts hun werk. Of toch niet?

Er gaan verschillende fabels rond wat betreft woninginbraak. Marinka de Jong, Saskia van den Tol en Sally Mesu, drie analisten van de Nationale Politie, onderzochten 3 van deze mythen en vertellen hoe het wél zit.

Inbreken in de nacht of overdag
Het eerste misverstand is dat inbre
kers het liefst ’s nachts op pad gaan. Dit hardnekkige gerucht voerde lange tijd de boventoon in Den Haag. Niet voor niets gold een verbod op het vervoer of bezit van inbrekerswerktuigen tussen 22:00 uur en 06:00 uur. Totdat analisten vaststelden dat juist binnen dat tijdsbestek (zoals ook te zien is in de onderstaande figuur) de kans op een inbraak minimaal is. Slechts 13 procent van de woninginbraken (in Nederland) vindt in de nachtelijke uren plaats, tegenover ruim 60 procent in de middag- en avonduren. Politiesurveillance is dan ook het meest effectief op die momenten. Inmiddels is de APV zodanig uitgebreid dat het verbod te allen tijde geldt. Sindsdien is het aantal opgelegde boetes meer dan verdubbeld.

Figuur 1: Woninginbraken per dag en tijdstip (2014)

Inbreken in dure wijken of achterstandswijken
Het tweede misverstand is dat de meeste woninginbraken in dure wijken met veel koopwoningen worden gepleegd. De meest hardnekkige hotspots zijn juist te vinden in ‘achterstandswijken’ met veel sociale, fysieke en economische problematiek. Ogenschijnlijk lijkt hier veel minder te halen dan in woonwijken van het duurdere segment. Toch is de kans op een woninginbraak in deze achterstandswijken maar liefst 40 tot 60 procent hoger dan in andere stedelijke gebieden.

'Inbrekers leggen gemiddeld ongeveer 800 meter af van het woonadres naar de pleeglocatie'

Een van de verklaringen hiervoor is de nabijheid van potentiële daders. Criminelen plegen hun delicten immers het liefst in een voor hun bekende en nabije omgeving. Uit onderzoek blijkt dat inbrekers gemiddeld ongeveer 800 meter afleggen van het woonadres naar de pleeglocatie. Politiegegevens laten dan ook zien dat hotspots van woninginbraken vaak overlappen met gebieden waar relatief veel woninginbrekers wonen. De wijken zijn bovendien aantrekkelijker voor een inbreker dan men op grond van de sociaaleconomische status zou verwachten. Het hang- en sluitwerk is veelal van gebrekkige kwaliteit en sociale controle en informeel toezicht zijn vaak beperkter dan in de duurdere woonwijken. Ook valt de buit in deze armere wijken hoger uit dan men zou verwachten. De waarde van de buit (sieraden, contant geld, smartphones en computers) kan oplopen tot vele duizenden euro’s.

Populaire dagen van het jaar om in te breken
Het derde misverstand is dat tijdens feestdagen relatief weinig wordt ingebroken. Niets is minder waar. Kerst, Oudejaarsdag en Koningsdag zijn juist de populairste dagen van het jaar om in te breken. Traditiegetrouw worden de minste inbraken gepleegd in juni en de meeste in december. Gegevens van 2010 tot 2014 laten daarbij zien dat tijdens de bovengenoemde feestdagen 1,5 tot 2 keer zoveel wordt ingebroken als gebruikelijk voor de tijd van het jaar. Tijdens de Kerst vinden de meeste inbraken rond half 4 plaats, met Oudejaarsdag verschuift het zwaartepunt naar half 7 ’s avonds, op Nieuwjaarsdag ligt de piek rond 1 uur ’s nachts én 12 uur ’s middags en op Koningsdag slaan de meeste inbrekers rond 12 uur hun slag.

Figuur 2: Aantal inbraken in Nederland op feestdagen* (2014-2015)


* Het aantal inbraken op feestdagen is afgezet tegen het gemiddeld aantal inbraken op een soortgelijke dag in dezelfde maand.




Wilt u weten hoe u een woninginbraak misschien kunt voorkomen? Naar aanleiding van dit onderzoek deden de onderzoekers een aantal aanbevelingen. Deze kunt u hier bekijken.

Het gehele artikel kunt u ook lezen op CVV-Secondant.nl.

Bron: CVV Secondant